Simpel is niet altijd zo simpel

Welke problemen van uw klanten worden opgelost doordat u uw processen uitvoert?

Wanneer ik organisaties help met procesdingen, staat die vraag bij mij voorop. Een proces is slechts een middel.  Een middel om een resultaat op te leveren en daarmee de problemen van je klanten op te lossen.

Door dat, op te lossen, probleem voor ogen te houden, hoop ik te voorkomen dat er aan zinloze processen wordt gewerkt.  Daarnaast biedt het de mogelijkheid om voorgestelde procesverbeteringen te toetsen aan het gewenste procesresultaat.

Maar zoals er meerdere wegen naar Rome leiden, kan een bepaald procesresultaat meestal ook op meerdere manieren worden bereikt .

En dan wil het wel eens gebeuren dat er heel ingewikkelde oplossingen worden bedacht, die uiteindelijk werken, maar ook simpeler hadden gekund.

Mijn ervaring is dat, als je vanuit een bepaalde invalshoek en met een bepaalde bagage naar een probleem kijkt, het soms lastig is om die simpelheid te zien. Herkent u dat?

Daarom vind ik processen ook zo mooi; daarin komen mensen met verschillende kennis en vaardigheden samen. Allemaal met hun eigen “simpele” oplossingen.

Ik zeg ook altijd heel stoer dat ik van simpele oplossingen houd, maar moest daarbij plotseling denken aan een grappige situatie van toen ik nog op school zat.

Op één of andere manier ben ik ooit op het VWO beland. Ik leerde daar allerlei leuke theoretische dingetjes, maar was ondertussen best wel jaloers op mijn vrienden.

Zij zaten bijna allemaal op de LTS en leerden daar gave dingen als houtbewerking, lassen en het repareren van auto’s.  Geen wonder dat ik, na het afraffelen van m’n huiswerk voor Wiskunde B en Natuurkunde, altijd te vinden was ergens in een schuurtje om bijvoorbeeld een grotere cilinder onder een Honda MT te sleutelen.

Maar op een gegeven moment was er een tijd dat mountainbikes in waren en we hadden er allemaal eentje gekregen of gekocht. Hoe gaaf zou het zijn om te weten wie het snelst kon, dus hadden we er ook allemaal zo’n digitale kilometerteller bij. U weet het vast nog wel; met zo’n magneetje in het wiel.

Om dat ding goed in te stellen moest je de omtrek van het wiel invoeren.  En ik, als VWO’er, had daar een formule voor geleerd: 2πr

Dus een meetband opgezocht om al wiebelend de straal van het wiel proberen te meten. Best nog wel lastig met zo’n noppenband. Rekenmachine erbij en huppakee vol trots toonde ik de omtrek van mijn wiel.  “Moet ik dat ook even voor jullie doen, jongens?”

“Nee” zegt mijn vriend Jeroen “maar geef me wel even die meetband”

Vervolgens pakt hij zijn fiets. Rolt het voorwiel totdat het ventiel onder zit. Zet een streepje op straat. Rijdt vervolgens met de fiets todat het ventiel weer onder zit en zet opnieuw een streep. Legt z’n fiets aan de kant en meet de afstand tussen de 2 strepen.

“Jij met je Pi gedoe. Kom op, we gaan crosssen”

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *